| "Op weg naar nieuwe democratie....." | Deelnemer

Wat gaan we doen?

Van onderop

Manifest Code Oranje Noord-Brabant 2019-2023

(Of: waarom Code Oranje onmisbaar is voor Noord-Brabant)

Code Oranje Brabant gaat de verkiezingen in zonder verkiezingsprogramma. In plaats daarvan is er dit manifest, een uiteenzetting van waarom Code Oranje bestaat. En dan vooral: waarom Code Oranje Brabant bestaat. 

Dat we het zonder verkiezingsprogramma doen, is illustratief voor de bijzondere positie die Code Oranje inneemt binnen het politieke landschap. Wie slordig luistert of leest, zal ons beschouwen als de zoveelste partij die vindt dat er beter moet worden geluisterd naar ‘de mensen’. Maar waar al die (protest)partijen dat statement gebruiken om bozig te ageren tegen de macht, zet Code Oranje zich in voor zeggenschap voor én verantwoordelijkheid van inwoners. Zo versterken we de democratie.

De afgelopen jaren groeide het besef dat burgers nadrukkelijker moeten worden gehoord door de politiek. Dat heeft echter niet geleid tot echte verandering. Politici en openbaar bestuurders luisteren misschien beter, maar hakken nog altijd zelf de knopen door. In plaats daarvan pleit Code Oranje ervoor dat overheid en de politiek burgers zelf tot een vergelijk laat komen. Dat ze zelf al overleggend vaststellen dat belangen botsen en dat het zaak is om draagvlak te vinden voor wat voor besluit of keuze dan ook.

Dat is de kern van de visie van Code Oranje op de rolverdeling tussen politiek en burgerij.

We laten het daar niet bij, want we presenteren een reeks concrete standpunten. Ze kwamen tot stand na honderden gesprekken met vaak grote groepen burgers. Het zijn standpunten die samen een helder beeld vormen van de gewenste ontwikkeling van Brabant: een provincie waarin economie, leefbaarheid, natuur, welzijn en welvaart in een juiste balans worden gebracht. Waarbij Brabanders bereid zijn om elkaar ruimte te geven en waarbij de overheid dienstbaar is aan de Brabanders en aan Brabant – en waar de overheid er vooral is als breed gedragen belangen onder druk staan.

Laten we er eens een ietwat tegendraads statement ingooien: het gaat goed met de democratie in Nederland.

Zelden waren Nederlanders zo betrokken bij tal van politieke en maatschappelijke onderwerpen. Of het nu gaat om de aanleg van een weg in de eigen stad of het eigen dorp, het scheiden van afval, euthanasie, overheidssalarissen, BTW, Brexit of migratie – Nederlanders zitten niet om een mening verlegen en laten die graag horen. Dat doen ze op verjaardagen, op Facebook, op internetfora en langs de lijn van het voetbalveld. “Weet je wat ze in Den Haag zouden moeten doen? Ze zouden” – en daar komt weer een kordaat standpunt.

Waar nogal wat politici het gevoel hebben dat ze omringd zijn door boze inwoners, ziet Code Oranje vooral betrokken burgers[1]. Want ook een (ogenschijnlijk) boze burger is een betrokken burger. Een boze burger haalt de schouders niet op.

Die betrokkenheid is het fundament van onze beweging.

Het gaat goed met de democratie, want democratie leeft. Waar het een stuk minder goed mee gaat, is de politiek. Politici lijken, in de ogen van de gemiddelde Nederlander, kampioenen in het niet nakomen van beloften. Wat op de keper beschouwd een beetje ingebakken zit in het Nederlandse politieke systeem: het groot aantal door ons gekozen partijen in landelijke, provinciale en lokale volksvertegenwoordigingen maakt dat er onafgebroken compromissen moeten worden gesloten. Probeer als Kamerlid, Statenlid of raadslid dan nog maar eens standvastig te zijn.

Code Oranje brengt daarom de groeiende groep van betrokken inwoners in beweging. Die burgers willen meer zeggenschap en Code Oranje gaat, als ze daartoe in staat wordt gesteld, die zeggenschap geven.

Code Oranje gaat zeggenschap zo laag mogelijk in de samenleving leggen, bij specifieke thema’s zelfs op straat- of buurtniveau. Daar gaan mensen samen knopen doorhakken. Daar gaan ze doen wat nu nog is uitbesteed aan de politiek: draagvlak vinden voor standpunten, overtuigen, overtuigd worden, spreken, luisteren, compromissen sluiten of al debatterend tot frisse nieuwe ideeën komen.

Het kan leiden tot meer dan meebeslissen: tot meedoen. En zo nemen ze de dagbesteding voor ouderen van de gemeente over en omdat ze dat ook nog eens goedkoper doen, houden ze geld over om het beheer van het openbaar groen op een hoger niveau te brengen – om maar eens een voorbeeld te noemen.

We maken zo van betrokken burgers niet alleen beslissende burgers – door deze manier van doen ontstaan ook verantwoordelijkheid dragende burgers. Burgers die de mouwen opstropen om met elkaar de (lokale) samenleving te vormen. De overheid trekt zich daarbij niet terug, maar is juist nabij. Ze zorgt ervoor dat iedereen eraan te pas komt – dat niet, zoals bij nogal wat experimenten op het gebied van inspraak, hoogopgeleide of welbespraakte dames en heren het hoogste woord voeren en hun zin krijgen. En burgers krijgen de vakkennis van ambtenaren in hun schoot geworpen om met die kennis te doen wat hen in gezamenlijkheid verstandig lijkt.

Code Oranje brengt democratie terug tot haar kern: dat mensen in vrijheid met elkaar de samenleving inrichten en beheren en dat doen met respect voor iedereen in die samenleving.

[1] We schrijven bewust burgers. Burgers zijn meer dan inwoners. Het zijn mensen die een relatie met de overheid en de samenleving onderhouden. Die gebruik maken van de zogeheten burgerrechten en ook hun (morele) plichten serieus nemen: die zich inzetten voor de samenleving, in wat voor vorm dan ook.

Wat begon als een denktank en vervolgens transformeerde tot een beweging van nieuwdenkers wordt meer en meer een nieuwe stroming in de Nederlandse politiek. Code Oranje is al present in enkele gemeenteraden en doet dit jaar mee aan verkiezingen voor Provinciale Staten in diverse provincies. Waaronder die van Noord-Brabant.

Dat is goed nieuws voor Brabanders die niet alleen gehoord willen worden, maar die ook samen met andere Brabanders knopen willen doorhakken. Die verantwoordelijkheid willen nemen voor hun leven en voor hun leefomgeving. En die niet te beroerd zijn om ook over provincie-brede thema’s inbreng te geven.

Onze deelname aan de verkiezingen van maart is een spannend project. We hebben weinig meer te bieden dan een onderscheidend en, wat ons betreft, degelijk verhaal over zeggenschap en verantwoordelijkheid. De groep enthousiaste aankomende Statenleden is best klein – gelukkig weten ze van wanten. De portemonnees zijn zo goed als leeg en maken het onmogelijk om gelikte marketingcampagnes te ontwikkelen. Wat we niet eens zo heel erg vinden – wij vinden dat reclame en integer openbaar bestuur geen logische combinatie vormen.

We moeten het hebben van ons verhaal, onze boodschap. En dat geeft ons meteen een voorsprong. Want het is de klacht over de politiek vandaag de dag: dat het grote verhaal ontbreekt. Het grote verhaal over waar het met de samenleving naartoe moet. Hoe kloven tussen rijk en arm, macht en onmacht en kennis en kennisgebrek gedicht worden. Hoe grote uitdagingen, zoals klimaatverandering, aangepakt moeten worden. Hoe Brabanders over vijf, tien of vijftig jaar hun plek houden of vinden in de wereld om hen heen.

Daarnaast kunnen steeds minder mensen zich vinden in de politieke stromingen. Er is geen reden narrig te doen over die stromingen, want ze hebben sinds de invoering van het algemeen kiesrecht goed gefunctioneerd en hebben Nederland veel gebracht. Ontzuiling en een groeiend zelfbewustzijn van inwoners maken echter dat die partijkaders vervormd lijken tot keurslijven. Tijd voor een nieuwe politiek. Een politiek die begint waar de democratie hoort te beginnen: bij inwoners, bij burgers.

Code Oranje begint juist daar. En Code Oranje heeft een groot verhaal. En vindt nogal eigenwijs dat dit verhaal aansluit bij wat veel Brabanders verlangen: naar optimistisch het heft in eigen hand nemen en aan de slag gaan. Om gezamenlijk kloven te dichten, uitdagingen aan te gaan en Brabant nog beter en mooier te maken.

Daarover gaat dit beknopte manifest. Een manifest dat amper gaat over wat de provincie moet doen en laten. Een programma dat gaat over burgers en burgerschap.

Code Oranje wil in Noord-Brabant de democratische besluitvorming ingrijpend hervormen. ‘Niet óver ons, maar dóór ons’ is de boodschap van burgers die daarbij voor ons leidend is.

In Provinciale Staten zullen we vanzelfsprekend, net als de traditionele partijen en fracties, standpunten verkondigen en besluiten nemen. We laten ons daarbij voeden door nog te houden burgertops, zoals Code Oranje die al vaker organiseerde. Waarbij we alles op alles zetten om een echte dwarsdoorsnede van Brabant aan te laten schuiven en mee te laten doen. Bij die gelegenheden stellen we met de deelnemers de thema’s vast die voor Brabanders relevant zijn. Vanzelfsprekend staan we consequent open voor argumenten van anderen, waaronder Statenleden van andere partijen.

Het is wat ons betreft een tussenstap op weg naar het daadwerkelijk delegeren van taken, verantwoordelijkheden en zeggenschap naar groepen burgers in straten, buurten, wijken, dorpen en steden. En het betrekken van die groepen bij beleidszaken die hun eigen directe leefomgeving overstijgen.

Het is een aanpak die verder gaat dan wat politici nogal eens gemakzuchtig afdoen met ‘luisteren naar de burger’. Code Oranje laat burgers naar elkaar luisteren en laat ze samen besluiten nemen. Net zo belangrijk: we maken burgers verantwoordelijk. Geen eisen stellen aan politici, maar zelf aan de slag. Dát is burgerschap.

Als het aan ons ligt, krijgt in het nieuwe dagelijks bestuur van de Provincie één gedeputeerde de portefeuille ‘burgerschap’ – hij of zij start een programma waarmee de communicatie met inwoners wordt geïntensiveerd en verbeterd en waarbij inwoners worden aangemoedigd en gefaciliteerd om zich actief te bemoeien met politieke thema’s. Ook worden ze in staat gesteld om taken en verantwoordelijkheden over te nemen van de provincie. De gedeputeerde treedt ook op als ambassadeur voor bestuurlijke vernieuwing bij Brabantse gemeenten.

Samen met enkele gemeenten worden proefprojecten gestart waarbij buurten, wijken of dorpen betrekkelijk autonoom kunnen opereren. Met eigen buurt-, wijk- en dorpsbegrotingen kunnen zij zelfstandig het bestuur over de eigen leefomgeving voeren.

Binnen Gedeputeerde Staten (GS) krijgt elke bestuurder een deel van de provincie als speciaal aandachtsgebied. Zo worden de banden van de Provincie met de regio’s en daarbinnen de gemeenten versterkt.

Andere plannen van Code Oranje voor het vernieuwen en verbeteren van het provinciaal bestuur en de provinciale democratie:

  • Een openbare formatie van het college van GS na de verkiezingen van maart 2019.
  • Geen traditioneel coalitieakkoord, maar een maatschappelijk akkoord. Waar maatschappelijke organisaties dus bij betrokken worden.
  • Het recht op agendering van thema’s door inwoners bij Provinciale Staten.
  • De mogelijkheid voor kiezers om niet alleen een kandidaat te kiezen, maar ook aan te geven welk onderwerp relevant wordt gevonden. Dat helpt het provinciebestuur bij het bepalen van prioriteiten. 
  • Het bijeenbrengen van regionale burgerjury’s bij (net zo regionale) onderwerpen, bijvoorbeeld bij de discussie over de toekomst van Eindhoven Airport.
  • Faciliteren van dit soort jury’s en andere vormen van zeggenschap door de provincie. Bij die steun hoort ook de bewaking van processen, zodat alle geledingen uit de samenleving gelijkwaardige kansen krijgen.
  • De invoering van het provinciaal referendum bij provinciale thema’s. Om te voorkomen dat thema’s worden teruggebracht tot een ongenuanceerde en ongefundeerde keuze tussen ja of nee, dient zo’n referendum de afronding te zijn van een intensief proces met inbreng van de bevolking. Anders gezegd: voor iemand ja of nee kiest, weet die persoon waar het over gaat. Een andere optie zijn meervoudige referenda (ook wel prereferenda genoemd), waarbij deelnemers een rangorde aangeven van mogelijke oplossingen.
  • Ondersteuning van burgerinitiatieven (bijvoorbeeld op het gebied van energie, zorg, wijkbeheer).
  • Invoeren van het recht van burgers om overheidstaken over te nemen als zij het beter en/of goedkoper kunnen (‘Right 2 Challenge’ heet dit principe).

Tot zover de ideeën en voornemens met betrekking tot het ingrijpend vernieuwen van politiek, bestuur en burgerschap binnen Noord-Brabant. Dit is het kloppend hart van onze beweging.

Bij de vorige pagina’s zouden we het graag willen laten. Maar wie gewend is aan traditionele politiek, verwacht concrete standpunten. Die hebben wij dus. Maar bij ons kwamen ze tot stand op een bijzondere manier. Zeg maar een Code Oranje-manier. 

Politieke partijen zoeken, tenzij ze populistisch zijn, kiezers bij hun standpunten. Bij Code Oranje is dat op de keper beschouwd niet anders. We hebben een reeks van uitgangspunten en de belangrijkste daarvan is dat we burgers nadrukkelijk betrekken bij afwegingen en bij besluitvorming. Bij dat standpunt zoeken we kiezers die daar net zo over denken.

We beseffen dat we er daar in de politiek van alle dag niet mee komen. Want u, mogelijke kiezer, wil weten hoe we ons straks in Provinciale Staten gaan gedragen. Wat voor initiatieven mag u van ons verwachten? Waar gaan we enthousiast voor stemmen? En waar stemmen we tegen?

De afgelopen jaren vonden we de antwoorden op die vragen. Code Oranje organiseerde honderden gesprekken over tal van onderwerpen. De centrale vraag was steeds: hoe moet de samenleving zich ontwikkelen en wat betekent dat voor het doen en laten van politici en openbaar bestuurders? De antwoorden kwamen van mensen die overtuigd links, rechts of midden zijn. Maar ook van burgers die zich bij die stromingen niet thuis voelen. Er waren erbij die jaren geleden al hadden besloten nooit meer te gaan stemmen. En sowieso waren het vooral mensen die, net als 98 procent van de volwassen Nederlanders, niet lid zijn van een politieke partij.

De antwoorden die we noteerden, volgden na boeiende en vaak diepgaande gesprekken. Niet zelden botsten de belangen en meningen hevig. En net zo vaak ontstond er wederzijds begrip, was er de bereidheid tot luisteren om samen tot een gedragen visie te komen. Het resultaat treft u hieronder aan. Standpunten die niet zijn bedacht door partijstrategen of politieke ideologen. Standpunten, bedacht door duizenden mensen in gezamenlijkheid. Code Oranje heeft ze omarmd en draagt ze uit.

Dit zijn ze:

  • We hebben meer op met kleinschalige voorzieningen dan grootschalige.
  • Economische groei is nimmer een doel op zich en altijd relevant als motor voor het geluk van mensen (welzijn, gezondheid, fijne leefomgeving, sociale cohesie). Om die reden mag economische groei nooit concurreren met dat geluk.
  • We streven naar minder regels en meer vrijheid voor professionals in de (semi-) publieke ruimte en de samenleving. Waarbij de vrijheid nimmer mag leiden tot willekeur.
  • Woningbouwcorporaties, zorginstellingen en scholen zijn van de samenleving en dus is het zaak terughoudend te zijn met marktwerking.
  • Burgerinitiatieven en coöperaties voor (onderlinge) zorg, wonen, wijkbeheer en energie verdienen steun.
  • De energietransitie wordt van onderop georganiseerd. De economie dient duurzamer te worden.
  • Openbaar vervoer en een goede bereikbaarheid per fiets worden gestimuleerd en dat gebeurt met oog voor de belangen van automobilisten.
  • Lokale economie en onderlinge dienstverlening in buurten en wijken worden gestimuleerd.
  • Er komt ruimte voor experimenten in de sociale zekerheid, met bijvoorbeeld met het basisinkomen[1].
  • Armoede is onacceptabel. Overheden hebben de plicht alles in het werk te stellen om armoede te voorkomen en weg te nemen.
  • Prestige mag nooit een reden zijn voor wat voor overheidsproject of -investering dan ook.
  • Mensen hebben recht op veiligheid, waarbij we beseffen dat dit een rekbaar begrip is. Een leven zonder risico’s is onmogelijk en zelfs onwenselijk. En gevoelens van (on)veiligheid komen zo nu en dan niet overeen met de daadwerkelijke (on)veiligheid.
  • Niks mis met belastingen. Ze zijn echter sober en doelmatig.
  • Brabant moet een veilige thuishaven zijn voor wie bewezen voor oorlog of tirannie het eigen land ontvluchtte. De opvang is bij voorkeur kleinschalig met steun van de lokale bevolking (bijvoorbeeld met wijkbuddy’s). In het belang van acceptatie voorkomen we voorkeursregelingen voor vluchtelingen. Ook streven we naar opvang in de regio van afkomst.
  • We bestrijden discriminatie op de arbeidsmarkt. De overheid geeft, in haar rol als werkgever, zelf het goede voorbeeld.
  • Er is vrijheid van godsdienst en geweten voor iedereen. Die vrijheid is er dus zonder (religieuze) groepsdruk, maar ook zonder fanatisme.
  • Bestrijden van mensenhandel, drugsoverlast en loverboys, onder meer door het reguleren van de verkoop van drugs.

Uit de reeks hierboven blijkt dat Code Oranje wars is van extreme standpunten. Dat is niet verwonderlijk: waar mensen met elkaar in gesprek gaan, worden de hakken al snel uit het zand getrokken en vinden mensen elkaar. En zo ontstaat het beeld van een politiek en een openbaar bestuur die mensen vrijheid en verantwoordelijkheid geeft en waarin er geen sprake is van een dictatuur van de meerderheid.

De overheid is, dankzij wat de burgerij haar influistert, bijvoorbeeld in staat om economische groei na te streven en die groei ten dienste te stellen van een in alle opzichten duurzame toekomst. Het is een overheid die er nadrukkelijk is voor juist die mensen die zich zonder die overheid maar moeilijke staande houden.

Dat is niet links of rechts. Niet conservatief of niet progressief. Dat is op de keper beschouwd hoe Brabanders al eeuwenlang samenleven. Of ze nu van de klei of het zand zijn, van de stad of het dorp – Brabanders weten elkaar uiteindelijk altijd wel te vinden. Er samen uit te komen. Code Oranje Brabant is daarom niet zozeer een nieuwe ideologie, het is eigenlijk niks meer dan een logische bestuurlijke vertaling van hoe het er in Brabant buiten de vergaderzalen van volksvertegenwoordigers aan toegaat. Betrokken, positief, resultaatgericht en bij vlagen gemoedelijk.

[1] Niet alle standpunten behoren tot de cirkel van invloed van de Provincie. Over zo’n basisinkomen heeft deze bestuurslaag bijvoorbeeld niets te zeggen. We noemen dit soort meningen hier toch om de lezer een goed beeld te geven van Code Oranje. Daarnaast zijn we van mening van de Provincie niet te flauw moet zijn en zo nu en dan de vrijheid en verantwoordelijkheid moeten nemen om initiatieven te nemen buiten haar traditionele werkgebied.

Code Oranje is zich ervan bewust dat dit manifest weinig concrete standpunten bevat over Brabantse provinciale beleidszaken (milieu, energie, duurzaamheid, landbouw, economie, natuur, natuurbeheer, platteland, mobiliteit, economie, ruimtelijke ordening, cultuur, sport en financiën).

Code Oranje zal meer dan welke fractie ook energie steken in gesprekken met alle betrokkenen op deze beleidsterreinen en zal stimuleren dat die betrokkenen samen met gedragen standpunten komen, ook en vooral als die standpunten haaks op elkaar staan. Code Oranje zal de Provincie stimuleren dat ook te doen. Dat zal de meerwaarde van Code Oranje zijn en de standpunten die uit deze debatten voortkomen zullen de standpunten van Code Oranje zijn.

En nee, dat maakt Code Oranje niet tot een gemakzuchtig doorgeefluik van wat de samenleving roept. In tegendeel, durven we te beweren. Het is keihard werken aan draagvlak onder (groepen) inwoners over belangrijke zaken. Dat vergt grote inspanningen, maar het resultaat zal indrukwekkend zijn: juist waar belangen botsen, zullen we mensen en organisaties motiveren en faciliteren er samen uit te komen. We doen dat onder meer door processen in te richten die deze zelfwerkzaamheid mogelijk te maken.

Een voorbeeld. Over de noodzaak van een energietransitie is zowat iedereen het wel eens. Maar een windmolen aan de rand van de eigen wijk maakt mensen meestal niet blij. De weerstand wordt nu op het bordje gelegd van politici en wat die vervolgens ook besluiten: er zijn altijd mensen ontevreden. En dus zijn altijd mensen teleurgesteld in de politiek. Is het dan niet handiger om al die wijkbewoners in de gelegenheid te stellen die windmolens af te wijzen, maar ze óók verantwoordelijk te maken voor hoe het met duurzame energie in hun leefomgeving dan wél moet?[1]

En zo gaat het ook met de protestgroep die zich verzet tegen de aanleg van een provinciale weg door een waardevol geacht buitengebied. Die groep mag best haar zin krijgen, als ze een alternatief bedenkt én daar ook nog eens draagvlak voor vindt. En nee, we laten die betrokken burgers niet aan hun lot over. Want de overheid is nabij en is een steun en toeverlaat met kennis, faciliteiten, stimulans of procesbegeleiding.

Het is een aanpak die tijd vergt, die kruim kost. Klopt. Maar het is ook een aanpak die leidt tot goede gesprekken, tot begrip voor mogelijke tegenstanders, tot handreikingen en uiteindelijk tot draagvlak bij burgers voor wat voor besluit dan ook. Ook fijn: het is een aanpak die in Brabant succesvol kan zijn. Want is dit niet de provincie waar mensen altijd tijd hebben voor een goed gesprek?

Dat dachten wij nou ook.

[1] Ook dan zullen mensen mogelijk ontevreden zijn omdat ze hun zin niet krijgen – maar die mensen waren, anders dan bij het uitbesteden aan de politiek, zelf deelgenoot van het overleg en de afwegingen. Dat zorgt voor (meer) begrip: ‘Ik was er zelf bij, ik heb mijn standpunten verkondigd, maar moest vaststellen dat er meer draagvlak was voor een ander idee’.

‘Van onderop’ is geschreven door de eerste vier kandidaten van Code Oranje voor de verkiezingen van Provinciale Staten:
Jean-Pierre Adams, Ery Kooi, Laurens van Voorst en Hanneke Willemstein.

Code Oranje Noord-Brabant