| "Op weg naar nieuwe democratie....." | Deelnemer

Democratie is geen kijksport

Leestijd: 6 minuten -

 

Het wordt de hoogste tijd dat politieke partijen een toontje lager gaan zingen en inwoners meer invloed, zeggenschap en verantwoordelijkheid geven. Dat betogen de provinciale lijsttrekkers van Code Oranje en hun kandidaat-senator.

Door Ruud Koonstra, Ronald van Meygaarden, Femke Ouëndag, Lucien van der Plaats, Eva van Raaij en Laurens van Voorst.

‘Democratie is geen kijksport, het is een participerend evenement. Als we niet meer participeren, houdt het op een democratie te zijn.’ Zo mooi als activist en filmmaker Michael Moore het ooit zei – daar kunnen wij niet overheen. De democratie staat en valt bij de deelname van het volk. En dat vergt wat van politici.

Nederlanders voelen zich betrokken bij politiek. Het politieke debat is in huiskamers, op sociale media en langs de sportvelden springlevend. Maar van de politieke mores en de politieke partijen moeten Nederlanders steeds minder hebben. Van elke honderd Nederlanders zijn er nog maar twee lid van een partij. Wie denken die politieke partijen met hun handjes vol leden wel dat ze zijn om namens zeventien miljoen Nederlanders land, provincies, waterschappen en gemeenten te besturen?

De gevestigde politiek zoekt het antwoord in ‘We gaan beter luisteren naar de burger’. Dat luisteren wekt verwachtingen en die verwachtingen worden niet waargemaakt. Wat nogal wiedes is: de politiek is onafgebroken druk met compromissen sluiten en laat de oren nogal eens hangen naar lobbyisten en externe adviesorganisaties. Op welke partij of politicus de kiezer ook stemde: hij of zij ziet er bitter weinig van terug in de vorm van het door politici bepleitte of beloofde beleid.

Er wordt volop geëxperimenteerd

Het goede nieuws is dat er volop wordt geëxperimenteerd met nieuwe vormen van politieke burgerparticipatie of, zo u wilt, maatschappelijke democratie. ‘Democratie van onderop’ vinden wij in dit verband wel een mooi begrip. Hoe dan ook: het gaat over pogingen om inwoners zelf tot besluiten te laten komen. Om die besluitvorming nu eens niet te delegeren aan gekozen volksvertegenwoordigers en indirect gekozen openbaar bestuurders – nee, de inwoners doen het zelf.

In Rotterdam is een burgerjury actief, in Breda wordt gewerkt met een burgerbegroting, Enschede kent een burgerbesluit en steeds meer gemeenten vervangen het traditionele coalitieakkoord door een maatschappelijk akkoord.

Dat gaat niet overal en altijd soepel. We kennen de kritiek en die is soms terecht. Zo zouden veel bijeenkomsten vooral de theoretisch opgeleide witte – en ook nog eens oudere – dames en vooral heren aantrekken. En dat zijn juist de mensen die toch al vaak hun zin krijgen, zo wordt er gesteld. De papa’s en mama’s met jonge kinderen hebben geen tijd voor een burgerjury of G-zoveel. En die man met alleen basisschool en een niet afgemaakte mavo snapt weinig van de uitnodiging. Of kreeg die nooit onder ogen.

Kinderziekten worden overwonnen

Code Oranje erkent dat er dus best wat af te dingen valt op dit soort initiatieven, maar we vinden de pogingen een stuk beter dan het louter cynisch wijzen op wat er niet aan deugt. Want het goede nieuws is dat deze ‘beweging van onderop’ zijn kinderziekten aan het overwinnen is en dat er steeds betere werkwijzen ontstaan die aan alle belangen een plek geven en alle bevolkingsgroepen aanspreken.

Invloed, zeggenschap en verantwoordelijkheid

Een daarvan werken we bij wijze van voorbeeld graag verder uit. Het gaat over hoe het openbaar bestuur, met behoud van haar wettelijke legitimatie, aan groepen inwoners en andere belanghebbenden invloed, zeggenschap en verantwoordelijkheid over kan dragen. En hoe de lokale, provinciale of landelijke overheid kan accepteren wat die mensen vervolgens samen bedenken.

Het zijn in deze aanpak de burgers zelf die het initiatief nemen. En het is de politiek die daar ontvankelijk voor is, die inwoners de mogelijkheid geeft de politieke agenda te bepalen. Vraag bij de verkiezingen niet alleen welke partij of kandidaat de kiezer steunt, maar laat hem of haar vooral ook aangeven welke thema’s belangrijk zijn. De inwoners zijn – na een eeuw van emancipatie en onderwijs – wijzer dan ons politieke systeem veronderstelt.

Politiek blijft beslissingsbevoegd

We accepteren vanzelfsprekend dat gekozen vertegenwoordigers formeel beslissingsbevoegd zijn en blijven. Dat kan gelukkig goed samengaan met ons idee van invloed en zeggenschap door inwoners. Het is de politiek die, bij het bespreken van een maatschappelijk of politiek thema, randvoorwaarden stelt en bewaakt. Zo houden gekozen gemeenteraadsleden, Statenleden en Kamerleden de zekerheid dat wat voor idee of besluit dan ook binnen gestelde kaders blijven.

Dat lijstje randvoorwaarden is overigens zo kort en concreet als mogelijk is. De ‘briefing’ aan de bevolking beperkt zich tot een beschrijving van de situatie of het op te lossen probleem en de ruimte die een begroting heeft om er mee aan de slag te gaan. Die briefing eindigt met: ‘Alles wat u bedenkt en binnen deze voorwaarden past, vinden we goed’. Of dat nu gaat om de locatie van windmolens, de inrichting van de openbare ruimte, of de organisatie van de onderlinge zorg.

Bijzonder aan deze aanpak is dat de inwoners het laatste woord hebben. Op dit moment gaat het vaak andersom: mensen komen inspreken, volksvertegenwoordigers luisteren en besluiten daarna zelf of ze wat met de inbreng doen. In deze nieuwe aanpak slaan politici aan het begin van een traject enkele piketpaaltjes en neemt de samenleving het daarna over.

De overheid is nabij

De overheid trekt zich vervolgens niet terug. Integendeel. Ze is nabij, levert neutrale procesbegeleiders en bewaakt dat alle groepen inwoners daadwerkelijk vertegenwoordigd zijn. Ook zorgt de overheid ervoor dat niet de mensen met hoge opleidingen, dikke portemonnees of motorbende-jasjes vooral hun zin krijgen. Wat dat betreft zijn we overigens fan van het ouderwetse opbouwwerk, waarbij kwetsbare groepen de onvoorwaardelijke steun krijgen om hun leefomgeving in te richten zoals zij dat willen.

En dan is er nog de kennis. Die moet beschikbaar worden gesteld aan ieder die meedoet. ‘Dus u wilt uw straat zelf inrichten en wilt weten welke eigenschappen een bepaalde boom heeft? Onze bomendeskundige gaat het u vertellen. Hij weet trouwens ook wat zo’n boom kost, dan kunt u bekijken of het binnen het budget past. En daarna gaat u samen kiezen. Uw buurman wil geen boom, maar een parkeerplaats? Mooi, dan heeft u iets om over te praten.’

Zo ontstaat burgerschap

Als de overheid: a. concrete en, als het even kan, ruime voorwaarden stelt; en b. garandeert dat iedereen mee mag en kan doen; en als die overheid c. op een neutrale wijze dit soort processen faciliteert – dán groeit en bloeit de democratie in straten, buurten, wijken, dorpen en steden. Dan wordt de democratie sterker en worden inwoners daadwerkelijk burgers. Dan ontstaat burgerschap.

Daar is nogal wat voor nodig. Die inwoners moeten het boeiend, plezierig en belangrijk vinden om burgers te zijn. Om niet alleen invloed en zeggenschap te hebben, maar ook verantwoordelijkheid te nemen. En de politici, voortgekomen uit die alsmaar kleiner wordende kweekvijvers, moeten de bereidheid hebben om daarbij nabij te zijn en tegelijkertijd enorme stappen terug te zetten. Dat geldt voor raadsleden en wethouders, maar even zozeer na 20 maart voor de nieuwe Statenleden en de gedeputeerden.

 

Ruud Koonstra (kandidaat Code Oranje Eerste Kamer), Ronald van Meygaarden (duo-lijsttrekker Gelderland), Femke Ouëndag (lijsstrekker Noord-Holland), Lucien van der Plaats (Zuid-Holland), Eva van Raaij (duo-lijsttrekker Gelderland) en Laurens van Voorst (Noord-Brabant).