De Telegraaf zag Ombudspolitiek in de praktijk

Leestijd: 3 minuten -

“Uitkijken waar je loopt!” Na wat hondendrollen moet het gezelschap nu een dode rat ontwijken die op een lommerrijk voetpad ligt te rotten. Het stikt ervan: „Ratten zo groot als teddyberen”, zegt bewoonster Anoeska Vleer. Zij leidt, op de dag dat het KNMI code geel afgeeft vanwege de storm, het campagneteam van Code Oranje rond in de Staatsliedenbuurt in Schiedam. Het is een vergeten Vogelaarwijk, waar de belofte van sloop ’over zes jaar’ een hoopvol perspectief is. Tot die tijd blijft Vleer strijden tegen zwerfvuil, lekkende daken en het vocht in de slaapkamers, waar het ’stijf staat van de schimmel’.

Code Oranje is het nationale project van lokaal politicus en voormalig PVV-Kamerlid Richard de Mos, die met Hart voor Den Haag in de hofstad nog altijd de grootste is en hoopt met zijn ’ombudspolitiek’ lokale problemen landelijk op te lossen. Het campagne voeren is zowat zijn levenswerk. In Den Haag deed hij niet anders. Sinds kort loopt er zelfs een radiospotje voor de partij. „De nummers één tot en met tien op de lijst hebben daarvoor allemaal 500 euro gelapt.”

De Mos voegt zich voor de Kampercampagne de ene keer in een demonstratie tegen windmolens in Twente, dan bij een protest van de kermisbranche in Den Haag. Later op de middag staat hij voor Den Haag Centraal in een ring tegenover kickbokser Sem Schilt, als protest tegen de gesloten sportscholen.

In de avond heeft nummer twee Peter Plasman bijeenkomsten op sociaal praatmedium Clubhouse. Hij was De Mos’ raadsman bij de corruptieverdenking die het OM nog altijd tegen hem heeft omdat de ombudspolitiek in Den Haag wel erg veel weg had van vriendjespolitiek. De Mos zweert dat het op een sepot uitdraait.

“We zijn er om problemen op te lossen”

Hier in Schiedam heeft hij een verbond met de lokale partij SLV, waarvan de voorman Eddy Silva op de lijst voor Code Oranje staat. „We zijn niet links of rechts, maar wat nodig is”, zegt hij. De Mos: „We zijn er om problemen op te lossen.”

En die zijn er hier zat. De gaskachels geven hier meer koolmonoxide af dan warmte, zegt Vleer. Het is dat de huizen zo tochten, anders had haar buurman het niet kunnen navertellen. En dan worden er ook nog ggz-cliënten en statushouders geplaatst door de taakstelling voor grote gemeenten. „Alle hulpelozen en hopelozen brengen ze hier”, zegt bewoner Sonja Rietkerken. Ze zijn welkom hoor. „Het maakt mij niet uit of je zwart, wit of oranje bent. Als ik een bord eten over heb, zet ik het meteen op de buurtapp. Maar neem ze bij de hand, vertel ze tenminste hoe het hier werkt, wanneer ze hun vuilnis buiten moeten zetten.”

Miljoenen rijkssubsidie

De Staatsliedenbuurt stond twintig jaar geleden al op de slooplijst, maar grijpt nu naast de miljoenen rijkssubsidie die soortgelijke wijken wel krijgen. „Daar willen we wat aan doen. Net als aan de bezuiniging op het gemeentefonds”, zegt De Mos.

Rietkerken, haar peuter op de arm, kijkt vertederd naar De Mos in z’n oranje windjack: „Ik vind het tof dat je hier gewoon met je handen in je zakken staat omdat je het koud hebt en het liefst naar je auto wilt. Maar je luistert naar me.”

Foto: De Telegraaf

Deel als eerste dit bericht!

 

Grootte lettertype
Verander contrast